Informatie
De Vijf Dimensies van Developmental Transformations brengen al je spelopdrachten op smaak
Jaap Welten
hogeschooldocent dramatherapie
Hogeschool Zuyd
Download de PDF versie
Johnson levert met deze vijf dimensies de bouwstenen voor een precisie-instrument dat je helpt om op juiste golflengte met de spelbehoefte van de groep te komen. Ook na afloop van een sessie is het model goed bruikbaar om te analyseren waar de sessie goed liep en waar het eventueel mis ging. Ik gebruik dit praktische model vaak met dramatherapie-studenten om spelopdrachten te toetsen en met de dimensies op juiste smaak te brengen. Anders gezegd: de vijf dimensies van DvT zijn onmisbare smaakmakers voor een dramatherapeut.
De eerste dimensie: Ambiguity
Veel--------------------------------------Weinig .
Vaag versus voorspelbaar
De belangrijke vraag is hier: hoeveel duidelijkheid heeft een groep nodig. Welke mate van onvoorspelbaarheid kan een groep aan? Timmer je de spelopdracht dicht met teveel structuur dan zakt de energie naar een nulpunt; laat je het voor het gevoel van de groep te open, dan stijgt het angstniveau en daalt de spontaniteit.
De tweede dimensie: Complexity
Veel-------------------------------------Weinig.
Eenvoudig versus gecompliceerd
Hoe eenvoudig moet de opdracht zijn of hoe gecompliceerd? Te eenvoudig maakt de opdracht te kinderachtig.De groepsleden voelen zich niet erkend en op waarde geschat. Te gecompliceerd remt de spelstroom, stimuleert faalangst en verhoogt de speldrempel.
De derde dimensie: Use of the media
Wat is het niveau van spel dat de speler aankan?
Het woord media is lastig gekozen, omdat Johnson hier iets anders bedoelt dan in Nederland CT-land gebruikelijk is. Hij verwijst naar de ontwikkelingsstadia die een mens op spelgebied meemaakt.(Piaget).De dramatische expressie van een pasgeboren kind begint met stem, daarna beweging. Als het wat ouder is, gaat het zaken verbeelden via objecten, tableaus, houdingen (spelen met poppen, grimassen) . Nog wat later gaat het rollen spelen en daarna gaat het kind spelen met woorden.
Het is niet zo dat al deze niveaus voor iedere speler even gemakkelijk toegankelijk zijn. Sommige spelers voelen zich vertrouwd met verbaal spel, andere gedijen meer bij beweging - of stemimprovisaties.
Binnen DvT wordt makkelijk en organisch geswitcht van het ene naar het andere uitdrukkingsniveau. Hierbij is het doel al deze niveaus voor de speler vrij te maken. Hiertoe wordt bij een lastig niveau teruggeschakeld naar een lager niveau en weer opgeschakeld, net zolang tot de speler ook in dat niveau spelvaardig en spelvrij wordt. Uit de dramalessen zul je vast wel aanwijzingen kennen waarbij je, als je bij een tekstimprovisatie niet meer uit je woorden kwam, de aanwijzing kreeg om de improvisatie verder te spelen met jabbertalk.
Dit is een voorbeeld van even terugschakelen naar een ander niveau met als doel, de spelstroom van de speler op gang houden. Voor de dramatherapeut is het interessant om te observeren bij welk spelniveau de speler zich comfortabel voelt en bij dat spelniveau aan te sluiten. Een dienstbare spelvaardigheid van de dramatherapeut op al deze spelniveaus is natuurlijk wel een voorwaarde.
De vierde dimensie:Interpersonal Demand
Veel-------------------Weinig.
Appel op tussenmenselijk contact.
Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre de opdracht een beroep doet op het ontmoeten van de ander op het spelvlak. Op het contact hebben met de ander.
Bijv. bij een spiegeloefening moet je elkaar aankijken. Bij een tableau kun je naast elkaar staan met veel minder contact. Voor sommige groepen is het wenselijk te werken met opdrachten die een groot beroep doen op tussenmenselijk contact. Bij andere groepen moet je dat nog even uitstellen.
De vijfde Dimensie: Affect expression
Veel-------------------Weinig.
De mate waarin gevoelens tot uiting worden gebracht.
Sommige dramaopdrachten doen een sterk beroep op het tonen van gevoelens. Dat kan in een beginnende groep veel te bedreigend zijn, waardoor de speldrempel verhoogd wordt. Als er echter te weinig gelegenheid wordt geboden om als speler je binnenwereld en je emoties te tonen, wordt een belangrijke waarde van dramatherapie gemist. Het spel kan dan aan betekenis en waarde voor de speler inboeten. Juist het uiten en verkennen van gevoelens kan prima in een doen-alsof situatie. Maar het is een kwestie van op juiste wijze doseren omdat anders de gevoelsexpressie geremd wordt door teveel angst.
Deze vijf smaakmakers staan niet op zich, maar zijn onderling sterk met elkaar verweven. Ze allemaal tegelijkertijd in het oog houden is in het begin lastig en vraagt zeker oefening. Maar uiteindelijk passen ze makkelijk in de spelkoffer van elke dramatherapeut en indien goed gebruikt staan ze garant voor veel spelplezier en een passende dramatisering van focale thema’s van een groep.
Vorige pagina

